ECLI:NL:CRVB:2007:BB3351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens juiste vaststelling maatmaninkomen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen die het beroep op een WAZ-uitkering ongegrond verklaarde. De kern van het geschil betrof de juistheid van de vaststelling van het maatmaninkomen, dat als grondslag dient voor de uitkeringsberekening.
Appellant stelde dat de fiscale resultaten over de referteperiode achteraf waren bijgesteld door een naheffingsaanslag van de belastingdienst en dat de invaliditeitsuitkering van het ministerie van defensie een hogere grondslag kende. Tevens voerde appellant aan dat de medische vaststelling van de arbeidsongeschiktheid niet correct was.
De Raad overwoog dat appellant geen medische gegevens had overgelegd ter onderbouwing van zijn grief over de mate van arbeidsongeschiktheid. Daarnaast onderschreef de Raad het oordeel van de rechtbank dat het maatmaninkomen wordt berekend op basis van de fiscaal geaccepteerde nettowinst over de drie boekjaren voorafgaand aan het jaar van arbeidsongeschiktheid. Omdat appellant geen bewijs leverde van fiscale aanpassing van deze jaren, werd de vaststelling van het maatmaninkomen als juist bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering vanwege juiste vaststelling van het maatmaninkomen.