ECLI:NL:CRVB:2007:BB3453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1977, vroeg in 1999 een Wajong-uitkering aan, die in 2000 werd afgewezen omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Een bezwaar tegen deze beslissing werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. In 2003 verzocht appellante het UWV het besluit te herzien op grond van nieuwe diagnoses, waaronder het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en migraine.
Het UWV weigerde terug te komen op het besluit omdat deze diagnoses volgens verzekeringsarts geen aanleiding gaven tot herziening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat een andere diagnose van reeds bekende klachten geen nieuw feit is in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de nieuwe diagnoses CVS en migraine geen zodanige nieuwe feiten of omstandigheden zijn die het oorspronkelijke besluit moeten wijzigen. De stelling dat appellante inmiddels bedlegerig en verzorgingsbehoeftig is, leidde niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.