ECLI:NL:CRVB:2007:BB3493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging WAO-uitkeringsbesluit wegens onvoldoende functiemotivering
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit van 7 juni 2005 vernietigde. Dit besluit verhoogde de WAO-uitkering van betrokkene op grond van een schatting van arbeidsongeschiktheid gebaseerd op ten minste drie functies.
De rechtbank had geoordeeld dat de arbeidsdeskundige onvoldoende had gemotiveerd waarom betrokkene geschikt zou zijn voor de functies steksteker en medewerker champignonkwekerij, met name vanwege het ontbreken van overleg met de verzekeringsarts over bepaalde belastende werkzaamheden. Hierdoor bleef slechts sprake van twee geschikte functies, wat onvoldoende was volgens het Schattingsbesluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de arbeidsdeskundige voldoende heeft aangetoond dat betrokkene geschikt is voor de genoemde functies en dat overleg met de verzekeringsarts in dit geval niet noodzakelijk was. Tevens acht de Raad de functie medewerker tuinbouw terecht aan de schatting ten grondslag gelegd. Hierdoor is voldaan aan het vereiste van ten minste drie functies.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant gegrond, waardoor het besluit van 7 juni 2005 in stand blijft. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 augustus 2007.
Uitkomst: Het besluit van 7 juni 2005 tot toekenning van een WAO-uitkering wordt in stand gehouden.