ECLI:NL:CRVB:2007:BB3498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onjuiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, die wegens de ziekte van Crohn en andere aandoeningen arbeidsongeschikt werd, ontving aanvankelijk een WAO-uitkering van 15 tot 25%. Na onderzoek stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid op minder dan 15%, waarop de uitkering werd ingetrokken. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar de rechtbank verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde eerdere besluiten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de grenzen van het geding onjuist had vastgesteld en dat betrokkene tijdig bezwaar had gemaakt tegen het besluit van 19 juni 2003. Tevens had het UWV na melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid een WAO-uitkering toegekend van 80 tot 100%.
De Raad vernietigde het besluit van 29 januari 2004, herroept het besluit van 19 juni 2003 en veroordeelde het UWV tot vergoeding van schade, proceskosten en griffierecht. Hiermee werd de WAO-uitkering hersteld en de eerdere intrekking ongedaan gemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 29 januari 2004 wordt vernietigd en het besluit van 19 juni 2003 herroepen.