ECLI:NL:CRVB:2007:BB3500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante viel op 22 december 2000 uit wegens psychische klachten en kreeg vanaf 21 december 2001 een WAO-uitkering toegekend voor 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok de uitkering per 5 juli 2004 in, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, gesteund op verklaringen van haar behandelend psychiater die volledige arbeidsongeschiktheid stelde.
De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige, die concludeerde dat appellante medisch gezien in staat was om functies te vervullen die door een arbeidsdeskundige waren vastgesteld. De Raad volgde dit oordeel en bevestigde het besluit tot intrekking van de uitkering. Er waren geen feiten die een afwijking van dit uitgangspunt rechtvaardigden.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd omdat zij in staat werd geacht passende functies te vervullen.