ECLI:NL:CRVB:2007:BB3502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks pijnklachten zonder somatische oorzaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem, waarin haar bezwaar tegen de weigering van een WAO-uitkering werd afgewezen. Zij stelde dat haar beperkingen zijn onderschat en dat een diagnose van bekkenbodemhypertonie niet in de beoordeling was betrokken. Tevens voerde zij aan dat zij slechts in beperkte mate kon zitten, wat nek- en schouderklachten veroorzaakte.
De Raad overwoog dat uit de medische stukken bleek dat appellante pijnklachten had zonder medisch objectiveerbare oorzaak, zoals bevestigd door diverse specialisten. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen sprake was van een ziekte of gebrek die de klachten verklaarde, en nam de diagnose bekkenbodemdystonie niet over vanwege wisselende suggesties door behandelaars.
De Raad vond geen aanleiding voor een urenbeperking en achtte de vastgestelde belastbaarheid zorgvuldig en juist. Het hoger beroep faalde daarmee en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.