ECLI:NL:CRVB:2007:BB3596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten bij herziening WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen een UWV-besluit waarbij hij werd ingeschaald op een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% en een dagloon van €108,04. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moest nemen over de arbeidskundige grondslag en dagloonberekening.
Het UWV stelde vervolgens de arbeidsongeschiktheid vast op 25 tot 35% en het dagloon op €112,88. Appellant handhaafde de medische gronden niet langer en erkende dat er geen geschil meer bestond over de mate van arbeidsongeschiktheid en het dagloon.
De Raad oordeelde dat het UWV op grond van artikel 8:73 Awb Pro gehouden is de wettelijke rente over de na te betalen uitkering te vergoeden. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit werden vernietigd.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten na herziening van de WAO-uitkering.