ECLI:NL:CRVB:2007:BB3726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken urenbeperking
Appellante, een voormalig kapster met langdurige rugklachten, ontving sinds 1985 een WAO-uitkering die sinds 25 april 2003 was vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 13 april 2004 in, omdat de arbeidsongeschiktheid volgens medisch onderzoek was gedaald tot minder dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, onder meer omdat het UWV op basis van medische en arbeidskundige rapporten de beperkingen van appellante zorgvuldig en gemotiveerd had vastgesteld. De bezwaarverzekeringsarts Huijsmans stelde dat er geen medische grond meer was voor een urenbeperking.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze beoordeling en oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing overtuigend was. Er was geen aanleiding voor een aanvullende urenbeperking en appellante werd geacht de werkzaamheden binnen haar functionele mogelijkheden te kunnen verrichten.
Daarmee werd het bestreden besluit bevestigd en was er geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De intrekking van de WAO-uitkering bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van een urenbeperking.