ECLI:NL:CRVB:2007:BB3726

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6342 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
  • J.W. Schuttel
  • J. Riphagen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken urenbeperking

Appellante, een voormalig kapster met langdurige rugklachten, ontving sinds 1985 een WAO-uitkering die sinds 25 april 2003 was vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 13 april 2004 in, omdat de arbeidsongeschiktheid volgens medisch onderzoek was gedaald tot minder dan 15%.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, onder meer omdat het UWV op basis van medische en arbeidskundige rapporten de beperkingen van appellante zorgvuldig en gemotiveerd had vastgesteld. De bezwaarverzekeringsarts Huijsmans stelde dat er geen medische grond meer was voor een urenbeperking.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze beoordeling en oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing overtuigend was. Er was geen aanleiding voor een aanvullende urenbeperking en appellante werd geacht de werkzaamheden binnen haar functionele mogelijkheden te kunnen verrichten.

Daarmee werd het bestreden besluit bevestigd en was er geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De intrekking van de WAO-uitkering bleef daarmee in stand.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van een urenbeperking.

Uitspraak

05/6342 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 september 2005, 05/1385 (hierna: de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).
Datum uitspraak: 7 september 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. P.A.M. Staal, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2007. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. J.M. Walther, kantoorgenoot van mr. Staal. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door R. Zaagsma.
II. OVERWEGINGEN
Appellante, voormalig kapster met reeds lang bestaande rugklachten, ontving sinds 1985 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), laatstelijk sinds 25 april 2003 berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Bij besluit van 19 februari 2004 heeft het Uwv die uitkering met ingang van 13 april 2004 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid met ingang van die datum minder dan 15% was.
De rechtbank heeft het beroep tegen de beslissing van 24 december 2004 waarbij dit besluit is gehandhaafd (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daartoe heeft zij onder meer overwogen, waarbij appellante als eiseres is aangeduid en het Uwv als verweerder:
"Gelet op de beschikbare medische gegevens, waaronder (met name) de rapporten van de verzekeringsarts A.M. Tan van
16 december 2003 en de bezwaarverzekeringsarts A.D.C. Huijsmans van 31 augustus 2004, is de rechtbank van oordeel dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de door verweerder vastgestelde belastbaarheid van eiseres per datum in geding.
De rechtbank is gezien de stukken van oordeel dat verweerder op grond van de voorhanden medische (onderzoek)gegevens op adequate wijze, zorgvuldig en gemotiveerd de beperkingen van eiseres in kaart heeft gebracht zoals weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 16 december 2003. Bezwaarverzekeringsarts Huijsmans heeft daarbij in voldoende mate gemotiveerd dat per datum in geding niet langer een indicatie bestaat voor een medische urenbeperking. Eiseres heeft geen objectiveerbare (nieuwe) medische gegevens in het geding gebracht die steun geven aan haar betoog dat zij meer beperkt is dan verweerder heeft aangenomen c.q. dat met name een urenbeperking van 20 uur per week heeft te gelden."
In hoger beroep heeft appellantes gemachtigde verwezen naar het bezwaarschrift van 12 juli 2004 en het beroepschrift van
1 februari 2005. “Appellante is het met name oneens over het feit dat geen urenbeperking meer wordt gehanteerd. Verder handhaaft zij haar standpunt ten opzichte van de geduide functies.”
Met overneming van de overwegingen in de aangevallen uitspraak met betrekking tot de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank. Ook naar het oordeel van de Raad heeft de bezwaarverzekeringsarts Huijsmans op overtuigende wijze onderbouwd waarom het Uwv geen urenbeperking (meer) noodzakelijk acht. Met alle beperkingen van appellante is bij het invullen van de FML in voldoende mate rekening gehouden, zodat er geen reden is voor een (aanvullende) urenbeperking.
Voor wat betreft de arbeidskundige kant van de schatting wijst de Raad op de uitgebreide motivering, per functie, die de bezwaararbeidsdeskundige J.M.H. Veugelaers heeft verschaft. De Raad overweegt dat appellante in staat moet worden geacht de werkzaamheden te verrichten die zijn verbonden aan de geselecteerde en binnen de grenzen van de door de verzekeringsarts ten aanzien van haar vastgestelde functionele mogelijkheden blijvende functies.
De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J.W. Schuttel en J. Riphagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 september 2007.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) W.R. de Vries.
JL