ECLI:NL:CRVB:2007:BB3746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende belastbaarheid ondanks medische klachten
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard wegens klachten aan zijn linkeronderbeen en spanningsklachten, en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling concludeerde het UWV dat appellant duurzaam inzetbaar was voor arbeid, met lichte beperkingen in staan en mobiliteit. De WAO-uitkering werd daarom ingetrokken per 13 juli 2004.
Appellant voerde aan dat hij vanwege zijn beenklachten, spataderen, rugklachten en depressiviteit niet in staat was om langdurig te staan, te lopen of te zitten, en dat de geduide functies niet geschikt waren voor zijn belastbaarheid. De rechtbank oordeelde echter dat de medische onderbouwing onvoldoende was en dat de functies binnen zijn belastbaarheid vielen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en merkte op dat appellant zijn klachten niet met medische stukken had onderbouwd. De bezwaarverzekeringsarts had rekening gehouden met diabetesklachten en concludeerde dat de beperkingen in mobiliteit voldoende waren afgedekt in de Functionele Mogelijkheden Lijst. De Raad stelde vast dat de geduide functies passend waren en dat appellant geen verlies aan verdiencapaciteit had.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 13 juli 2004 wegens voldoende belastbaarheid van appellant.