ECLI:NL:CRVB:2007:BB3904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering ondanks medische klachten en beperkingen
Appellante, voormalig verkoopster, meldde zich ziek vanwege klachten aan het bewegingsapparaat, waaronder fibromyalgie. Zij betwistte de vaststelling van haar medische beperkingen en stelde dat zij zwaarder beperkt was dan vastgesteld, onder meer door spannings- en concentratieklachten.
Het UWV stelde op basis van medische rapportages en arbeidsdeskundig onderzoek dat appellante duurzaam benutbare mogelijkheden had en dat passende functies beschikbaar waren. De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag van het besluit juist was en dat er geen reden was voor een urenbeperking.
In hoger beroep stelde appellante dat onder meer een hernia (HNP) en de ziekte van Bechterew reeds vóór de datum in geding bestonden en beperkingen veroorzaakten. De Raad concludeerde echter dat de medische stukken onvoldoende aanwijzingen boden voor zwaardere beperkingen en dat de vastgestelde functies passend waren.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en vond geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De omvang van fysiotherapeutische behandelingen en het gebruik van voetpedalen belemmerden de arbeidsparticipatie niet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering aan appellante wegens onvoldoende medische beperkingen.