ECLI:NL:CRVB:2007:BB3986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H. Bolt
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv om zijn WAO-uitkering per 18 augustus 2004 te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit juist was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten ernstiger waren dan aangenomen, met name dat hij niet normaal kon concentreren, geen normaal handelingstempo had en geen volledige dagen kon werken. Het Uwv verwees naar medische rapporten, waaronder informatie van de Riagg, waaruit bleek dat geen ernstige psychiatrische problematiek aanwezig was en dat er geen medische reden was om beperkingen in werktijd of functioneren aan te nemen.
De Raad nam de feiten over zoals vastgesteld door de rechtbank en concludeerde dat de medische onderzoeken en rapportages, inclusief die van de bezwaarverzekeringsarts, voldoende en deugdelijk waren gemotiveerd. Appellant had geen aanvullende informatie overgelegd die aanleiding gaf tot twijfel aan deze rapportages. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als juist beschouwd.
Daarmee bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellant af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het beroep van appellant af.