ECLI:NL:CRVB:2007:BB4005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig advocaat-stagiaire, liep rugletsel op door een ski-ongeval en ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het Uwv, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige betrokken waren, werd vastgesteld dat appellante ondanks beperkingen nog rugsparende arbeid kon verrichten.
Op basis van deze bevindingen trok het Uwv haar WAO-uitkering per 29 juli 2004 in. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat zij de voorgestelde functies niet kon uitvoeren. Zij ondersteunde haar bezwaar met medische verklaringen van diverse specialisten. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna ook de rechtbank Breda het beroep afwees, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de beperkingen adequaat waren meegewogen en dat de geselecteerde functies binnen haar belastbaarheid vielen. De intrekking van de WAO-uitkering werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante.