ECLI:NL:CRVB:2007:BB4199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit nihilstelling WAO-uitkering wegens onjuiste maatmanwijziging
Appellante ontving sinds 1986 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. In 2004 stelde het UWV haar WAO-uitkering per 22 september 2003 op nihil, gebaseerd op een arbeidskundig advies waarbij de maatgevende arbeid werd gewijzigd van parttime WSW-werk naar parttime schoonmaakwerk in het vrije bedrijf. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat maatmanwijziging afhankelijk is van nieuw verkregen bekwaamheden.
In hoger beroep betwistte appellante de juiste toepassing van artikel 44 van Pro de WAO door het UWV. De Raad oordeelde dat het UWV de maatman ten nadele van appellante heeft gewijzigd zonder haar hierover vooraf te informeren, waardoor de rechtszekerheid werd geschonden. Daarom kon het besluit van 13 mei 2004 met terugwerkende kracht geen stand houden.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden besluit en gaf het UWV opdracht een nieuwe beslissing te nemen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering op nihil te stellen wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.