ECLI:NL:CRVB:2007:BB4514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar herziening WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zijn WAO-uitkering werd herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar werd te laat ingediend, na de gestelde termijn van zes weken. Appellant voerde aan dat medische klachten zoals overspannenheid en chronische vermoeidheid hem verhinderden tijdig bezwaar te maken en overhandigde medische verklaringen ter ondersteuning.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat appellant zelf een vergissing had gemaakt. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de medische stukken onvoldoende bewijs boden dat appellant buiten staat was om tijdig bezwaar te maken. Bovendien toonde een brief van appellant binnen de termijn aan dat hij wel in staat was om te reageren.
De Raad nam ook nadere stukken van appellant in behandeling, maar zag geen aanleiding om het bezwaar alsnog ontvankelijk te verklaren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.