ECLI:NL:CRVB:2007:BB4533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), welke door het UWV werd geweigerd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd bevonden na afloop van de wettelijke wachttijd van 52 weken.
De rechtbank Breda vernietigde het eerste besluit en beval een nieuwe beslissing op bezwaar, maar het UWV handhaafde de weigering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde tegen de vaststelling van haar maatman op 38 uur per week.
De Raad nam appellantes eigen opgave van gewerkte uren als uitgangspunt en vond onvoldoende aanleiding om het arbeidskundige oordeel te betwijfelen. Uit diverse arbeidskundige rapporten bleek dat appellante inclusief managementtaken ten minste 38 uur per week werkte. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellante onvoldoende arbeidsongeschikt is verklaard.