ECLI:NL:CRVB:2007:BB4536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J.P.M. van Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 1972 werkzaam als assistent accountant en vervulde tussen 1987 en 1990 de functie van teamleider. In 1999 viel hij uit wegens pijnklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. In 2004 werd deze uitkering ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%.
Appellant voerde aan dat zijn functie als teamleider als maatmanfunctie moest worden aangemerkt en dat hij om medische redenen was teruggezet naar assistent accountant. De rechtbank en de Raad verwierpen dit standpunt vanwege het ontbreken van medische onderbouwing en concludeerden dat appellant volledig in staat was zijn functie als assistent accountant uit te oefenen.
De Raad achtte het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van belang, waarin werd gesteld dat er geen medische aanwijzingen waren die het functieverlies als teamleider konden verklaren. Ook werd het standpunt van appellant dat hij slechts 30 uur per week zou kunnen werken, niet ondersteund door objectieve medische gronden.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en oordeelde dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering is bevestigd omdat appellant niet arbeidsongeschikt is in die mate dat hij recht heeft op de uitkering.