ECLI:NL:CRVB:2007:BB4595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante, voormalig secretaresse, ontving sinds maart 2003 een WAO-uitkering die in november 2003 werd ingetrokken wegens geschiktheid voor haar eigen werk. Na ziekmelding in oktober 2004 met depressieve klachten en hoesten, werd zij door een verzekeringsarts onderzocht en per 29 november 2004 hersteld verklaard. Het UWV besloot daarop het ziekengeld stop te zetten.
Appellante maakte bezwaar en werd opnieuw medisch onderzocht door een bezwaarverzekeringsarts, die de eerdere beoordeling bevestigde. Overgelegde aanvullende medische informatie van specialisten bood volgens de Raad onvoldoende aanleiding om de eerdere beoordeling te herzien. Informatie over een latere periode was niet relevant voor de situatie per 29 november 2004.
De Raad concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig en deskundig is uitgevoerd en dat het UWV terecht heeft besloten het recht op ziekengeld te beëindigen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld per 29 november 2004 wordt bevestigd.