ECLI:NL:CRVB:2007:BB4597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking Ziektewetuitkering wegens hersteldverklaring met onjuiste uitlooptermijn
Appellante, werkzaam als shopmedewerkster, meldde zich ziek met diverse klachten en werd per 7 april 2005 door een verzekeringsarts hersteld verklaard voor haar eigen werk. Het UWV trok daarop haar Ziektewetuitkering in met ingang van die datum. In bezwaar en beroep werd aangevoerd dat de uitlooptermijn van één dag, gebruikelijk bij hersteldmeldingen, niet was toegepast, waardoor het besluit niet zorgvuldig tot stand was gekomen.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het besluit in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vanwege het ontbreken van de uitlooptermijn. De hersteldverklaring kon pas per 8 april 2005 worden geëffectueerd. Gezien het ontbreken van nieuwe objectiveerbare medische gegevens en de beoordeling van de verzekeringsartsen werd het verzoek om een onafhankelijke deskundige niet toegewezen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, stelde vast dat appellante vanaf 8 april 2005 geen recht meer had op de Ziektewetuitkering, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd en het recht op uitkering eindigt per 8 april 2005.