ECLI:NL:CRVB:2007:BB4777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit UWV wegens onvoldoende onderzoek dringende reden
Appellant maakte bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit van het UWV over de periode van 26 september 2003 tot 31 maart 2004, waarbij onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen werden teruggevorderd. De rechtbank Breda had het besluit in stand gelaten, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV verplicht is tot terugvordering tenzij er dringende redenen zijn om daarvan af te zien. Dringende redenen kunnen alleen worden aangenomen bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen voor betrokkene. De Raad stelde vast dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gezondheidstoestand en sociale omstandigheden van appellant, ondanks medische verklaringen over ernstige ziekte en psychische klachten.
Het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts was gebaseerd op dossieronderzoek zonder appellant te onderzoeken en ontbeerde motivering. De Raad achtte nader onderzoek noodzakelijk gezien de impact van de ziekte, chemotherapie en financiële situatie van appellant. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar dringende redenen en het UWV moet een nieuw besluit nemen.