ECLI:NL:CRVB:2007:BB4889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H. Bolt
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit van het UWV bevestigde om haar geen WAO-uitkering toe te kennen per 30 augustus 2001. Het UWV had geoordeeld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, ondanks een toename van medische beperkingen. De arbeidsdeskundige achtte haar geschikt voor functies zoals medewerker telefoonpost en verkooptelefoniste, ondanks beperkt hand- en vingergebruik.
De Raad heeft het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige Wijngaards betrokken, die toelichtte dat het beperkte gebruik van handen en vingers appellante niet belemmerde in de genoemde functies. De Raad vond de uitleg voldoende om het oordeel van het UWV te ondersteunen en verwierp het bezwaar dat appellante niet geschikt zou zijn voor functies met toetsenbordgebruik.
Appellante voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de medische beperkingen juist waren ingeschat en verwees naar inlichtingen van haar revalidatiearts, casemanager en psycholoog. De Raad oordeelde dat deze gegevens geen aanwijzingen bevatten dat de beperkingen op de peildatum waren onderschat. Een mogelijke latere verslechtering in haar psychische toestand kon niet in dit geding worden betrokken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV. Appellante kan bij een latere verslechtering van haar toestand opnieuw contact zoeken met het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen WAO-uitkering krijgt wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid op de peildatum.