ECLI:NL:CRVB:2007:BB4891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na toekenning nabestaandenuitkering
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een nabestaandenuitkering door de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb wees de aanvraag in eerste instantie af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden omtrent verzorging van een ongehuwd kind.
Na het instellen van hoger beroep heeft de Svb op 8 december 2006 alsnog besloten de maximale nabestaandenuitkering toe te kennen aan appellante met terugwerkende kracht vanaf april 2000. Hierdoor was het geschil feitelijk opgelost.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen belang meer had bij het hoger beroep, aangezien haar grieven door de nieuwe beslissing volledig waren gehonoreerd. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de nabestaandenuitkering inmiddels is toegekend.