ECLI:NL:CRVB:2007:BB4897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag opzegtermijn Werkloosheidswet wegens ontbreken nieuwe feiten
Werknemer diende bij het UWV een aanvraag in om betalingsverplichtingen van zijn werkgever over te nemen, waarbij de opzegtermijn op zes weken werd vastgesteld. Tegen dit besluit werd geen bezwaar gemaakt. Na een latere uitspraak van de Raad waarin een langere opzegtermijn werd vastgesteld, verzocht werknemer het UWV opnieuw de opzegtermijn vast te stellen. Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de termijn voor bezwaar overschreden was zonder verschoonbare reden, mede omdat werknemer zich tot zijn vakorganisatie had kunnen wenden. Tevens stelde de Raad dat de latere uitspraak van de Raad geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de herhaalde aanvraag af te wijzen en dat de aangevallen uitspraak bevestigd wordt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.