ECLI:NL:CRVB:2007:BB4907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag op grond van Werkloosheidswet wegens ontbreken nieuwe feiten
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend voor het overnemen van betalingsverplichtingen van zijn werkgever op grond van de Werkloosheidswet. Het UWV stelde de opzegtermijn op zes weken vast in een besluit van 21 april 2004, waartegen geen bezwaar werd gemaakt.
Na een uitspraak van de Raad van 27 april 2005 waarin een langere opzegtermijn werd aangenomen, verzocht werknemer het UWV opnieuw om de opzegtermijn vast te stellen. Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de termijnoverschrijding voor het indienen van bezwaar niet verschoonbaar is en dat de uitspraak van 27 april 2005 geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt. Het UWV heeft daarmee terecht het verzoek afgewezen.
De Raad wijst ook op de mogelijkheid voor werknemer om zich tot zijn vakorganisatie te wenden, die al vóór het besluit van 21 april 2004 het standpunt verdedigde over de opzegtermijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het bestreden besluit blijft van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.