ECLI:NL:CRVB:2007:BB4912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag opzegtermijn WW wegens ontbreken nieuwe feiten
Werknemer diende bij het UWV een aanvraag in om de betalingsverplichtingen van zijn werkgever onder de WW over te nemen, waarbij de opzegtermijn op zes weken werd vastgesteld. Tegen dit besluit werd geen bezwaar gemaakt. Na een latere uitspraak van de Raad waarin een langere opzegtermijn werd erkend, verzocht werknemer het UWV opnieuw de opzegtermijn vast te stellen.
Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de termijnoverschrijding voor bezwaar niet verschoonbaar is, mede omdat werknemer zich tot zijn vakorganisatie had kunnen wenden.
De Raad benadrukt dat een latere rechterlijke uitspraak die een besluit onjuist verklaart, niet automatisch leidt tot het aannemen van nieuwe feiten of omstandigheden. De herhaalde aanvraag kan daarom zonder toepassing van artikel 4:5 Awb Pro worden afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het verzoek van werknemer terecht heeft afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.