ECLI:NL:CRVB:2007:BB4925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op betalingsverplichtingen WW zonder nieuwe feiten
Werknemer diende bij het UWV een aanvraag in voor overname van betalingsverplichtingen van zijn werkgever op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde bij besluit van 15 maart 2005 de opzegtermijn op zes weken vast. Tegen dit besluit werd geen bezwaar gemaakt.
Na een uitspraak van de Raad van 27 april 2005 waarin werd geoordeeld dat voor werknemer een langere opzegtermijn geldt, verzocht werknemer het UWV op 10 november 2005 opnieuw de opzegtermijn vast te stellen. Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het verzoek van werknemer niet als een nieuw feit of omstandigheid kan worden aangemerkt en dat de termijnoverschrijding voor het indienen van bezwaar niet verschoonbaar is. Werknemer had binnen zes weken bezwaar kunnen maken, mede gezien de bezwaarclausule en de mogelijkheid om advies te vragen aan zijn vakorganisatie.
De Raad concludeert dat het UWV in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om het verzoek af te wijzen en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek van werknemer om terug te komen op het besluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.