ECLI:NL:CRVB:2007:BB4927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op betalingsverplichting zonder nieuwe feiten
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend om betalingsverplichtingen van zijn werkgever over te nemen op grond van de Werkloosheidswet. Het UWV stelde bij besluit van 15 december 2004 de opzegtermijn vast op zes weken. Werknemer maakte hiertegen geen bezwaar.
Na een uitspraak van de Raad van 27 april 2005, waarin werd geoordeeld dat voor werknemer een langere opzegtermijn geldt, verzocht werknemer het UWV op 10 februari 2006 om herziening van de opzegtermijn. Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat de termijn voor bezwaar overschreden was zonder verschoonbare reden. De uitspraak van 27 april 2005 vormt geen nieuw feit of omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Het UWV heeft derhalve terecht het verzoek afgewezen.
De Raad acht geen grond voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Breda van 8 december 2006.
Uitkomst: Het beroep van werknemer wordt afgewezen en het verzoek om terug te komen op het besluit wordt niet ingewilligd wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.