ECLI:NL:CRVB:2007:BB4991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste woonadresinformatie
Appellant vroeg bijstand aan nadat zijn WW-uitkering zou eindigen. Hij gaf op te wonen aan een adres in Utrecht. Huisbezoeken door de gemeente toonden echter aan dat hij niet daadwerkelijk op dat adres woonde; de kamer was ingericht als kinderkamer en er ontbraken persoonlijke poststukken.
Het College wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht uit artikel 17 WWB Pro. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verklaringen van appellant en de bevindingen van de huisbezoeken voldoende bewijs vormden dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. De veronderstelde vergeetachtigheid en taalproblemen van appellant waren onvoldoende onderbouwd om zijn onjuiste opgave te rechtvaardigen. Het hoger beroep werd afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onjuiste woonadresinformatie wordt bevestigd.