ECLI:NL:CRVB:2007:BB5113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens psychische arbeidsongeschiktheid en decompensatie
Betrokkene, jarenlang vertegenwoordiger, meldde zich in 1995 ziek met psychische klachten. Appellant besloot in 2003 de WAO-uitkering te herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid, wat betrokkene betwistte wegens ernstiger beperkingen en dreigende decompensatie bij werkhervatting.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en oordeelde dat betrokkene bij werkhervatting waarschijnlijk zou decompenseren in een depressieve of paniekstoornis, waardoor volledige arbeidsongeschiktheid moet worden aangenomen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat deze decompensatie niet was opgetreden en dat een aanpassingsstoornis niet per definitie tot volledige arbeidsongeschiktheid leidt.
De Raad volgde het onafhankelijke rapport van psychiater Tonneijck, dat stelde dat betrokkene bij werkhervatting zeer waarschijnlijk zal decompenseren, en verwierp het verweer van appellant. Het bestreden besluit werd vernietigd en de proceskosten werden aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en betrokkene wordt als volledig arbeidsongeschikt aangemerkt.