ECLI:NL:CRVB:2007:BB5115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeling WAO-uitkering ondanks geschil over maatgevende arbeid en loon
Appellante, voorheen parttime docente keramiek, viel uit met gezondheidsklachten en ontving een WAO-uitkering van 15-25%. Het UWV had haar laatst verrichte functie als verkoopmedewerker als maatgevende arbeid aangemerkt, maar dit werd door de rechtbank onterecht bevonden vanwege ongeschiktheid. Na nader onderzoek stelde het UWV vast dat de maatgevende arbeid beter kan worden aangemerkt als functies in het docentenvak, waarbij appellante geschikt wordt geacht voor deze arbeid.
Appellante betwistte in hoger beroep de geschiktheid voor de functie van docente en de beschikbaarheid daarvan, mede omdat zij geen eerste graads lesbevoegdheid bezit en de functie niet gangbaar zou zijn volgens het Fis-systeem. De Raad oordeelde echter dat er onvoldoende bewijs is dat de belasting van de maatgevende functie haar mogelijkheden overtreft en dat de functie als docente keramiek voldoende beschikbaar is, mede gezien haar eerdere werkervaring en beloning conform cao.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit dat appellante ongewijzigd in de WAO-indelingsklasse 15-25% blijft, met subsidiaire verwijzing naar klasse 35-45%. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 oktober 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de indeling van appellante in WAO-klasse 15-25% en wijst het hoger beroep af.