ECLI:NL:CRVB:2007:BB5123
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad om eerdere besluiten niet te herzien. Dit besluit hield in dat verzoeker geen nieuwe feiten had aangevoerd die rechtvaardigen dat hij als vervolgingsslachtoffer wordt erkend.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoeker onvoldoende is gebleken dat er sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daarbij is meegewogen dat het hoofdberoep op 8 november 2007 zal worden behandeld, waardoor de spoedeisendheid ontbreekt.
De slechte financiële positie, gezondheid en leeftijd van verzoeker rechtvaardigen volgens de voorzieningenrechter geen afwijking van het normale procesverloop. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt dan ook afgewezen en er worden geen proceskosten toegekend.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep, H.R. Geerling-Brouwer, op 8 oktober 2007.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.