Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
De appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering met ingang van 28 december 2003 in te trekken omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Dit bezwaar werd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond en onderschreef de vastgestelde belastbaarheid en de geschiktheid van de geselecteerde functies.
In hoger beroep stelde appellant nieuwe argumenten voor, maar deze bevatten geen nieuwe feiten of medische gegevens die het eerdere oordeel konden wijzigen. De Raad merkte op dat er geen medische gegevens waren overgelegd die een urenbeperking tot 20 uur per week op de datum van intrekking konden ondersteunen, ondanks een latere keuring in 2006.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding om artikel 8:75 vanPro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen. De uitspraak werd gedaan door rechter K.J.S. Spaas en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Uitspraak
05/4795 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 11 juli 2005, 04/5365 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 oktober 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.P. de Witte, advocaat te 's-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 10 september 2007 heeft mr. De Witte de Raad medegedeeld dat hij niet ter zitting zal verschijnen en een aanvulling op het beroepschrift gegeven.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 18 september 2007, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 19 november 2003 heeft het Uwv de uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van appellant met ingang van 28 december 2003 ingetrokken onder overweging dat appellant met ingang van die datum voor minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
Het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar is door het Uwv bij besluit van 1 december 2004, verder: het bestreden besluit, ongegrond verklaard.
In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich uitgaande van de datum 28 december 2003 verenigen met de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid van appellant. Ook de voor appellant geselecteerde functies, waarop de onderhavige schatting berust, acht de rechtbank in medisch opzicht geschikt.
Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit in rechte stand kan houden.
De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend.
Hetgeen appellants gemachtigde in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De Raad stelt zich daarom achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak.
De Raad merkt naar aanleiding van de brief van 10 september 2007 van appellants gemachtigde op dat ter adstructie van de stelling dat op medische gronden een urenbeperking tot 20 uur per week op 28 december 2003 had moeten worden aangenomen, in hoger beroep geen enkel medisch gegeven is overgelegd.
De in de brief van 10 september 2007 aangevoerde omstandigheid dat bij een keuring in 2006 naar aanleiding van een nieuwe ziekmelding het Uwv op de toekenningsdatum van de uitkering, 7 augustus 2006, wel een urenbeperking tot 20 uur per week heeft aangenomen, maakt dat niet anders.
De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 vanPro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2007.