ECLI:NL:CRVB:2007:BB5190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens gebrek aan arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAO-uitkering met ingang van 20 april 2004, welke door het UWV werd geweigerd op grond van het ontbreken van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat uit medisch onderzoek geen objectiveerbare oorzaak voor de klachten van appellant was vastgesteld en dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het oordeel van de rechtbank en het UWV juist was. De Raad bevestigde dat arbeidsongeschiktheid alleen kan worden aangenomen indien er een objectief medisch vast te stellen ziektebeeld is dat het verrichten van passende arbeid verhindert.
De Raad vond geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en concludeerde dat er geen sprake was van een bijzonder geval waarin ondanks het ontbreken van een duidelijke medische oorzaak toch arbeidsongeschiktheid kan worden aangenomen. Het bestreden besluit van het UWV werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WAO-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.