ECLI:NL:CRVB:2007:BB5196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigenrisicodragerschap WAO-uitkering na beëindiging dienstverband
Appellante was eigen risicodrager voor de betaling van WAO-uitkeringen vanaf 1 juli 2004. De kwestie betrof de vraag of zij verantwoordelijk was voor de WAO-uitkering aan een ex-werknemer die arbeidsongeschikt werd verklaard tijdens zijn dienstverband, maar waarvan de uitkering na het einde van het dienstverband werd toegekend.
De rechtbank had geoordeeld dat de verplichting tot betaling van de WAO-uitkering bij appellante berustte, omdat de werknemer op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid nog in dienst was en appellante bij het aanvragen van het eigenrisicodragerschap op de hoogte was van de uitkering. Appellante stelde dat artikel 75a WAO niet op haar van toepassing was omdat zij ten tijde van het dienstverband nog geen eigen risicodrager was.
De Centrale Raad van Beroep verwierp dit verweer en wees op artikel 75b, eerste lid, WAO, dat bepaalt dat het risico van betaling van uitkeringen die zijn ingegaan vóór het eigenrisicodragerschap, vanaf het moment van het eigenrisicodragerschap bij de werkgever komt te liggen. Ook het argument dat zij niet verantwoordelijk zou zijn voor verhogingen van de WAO-uitkering na het einde van het dienstverband werd afgewezen.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.