ECLI:NL:CRVB:2007:BB5255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na intrekking bezwaar UWV en proceskostenveroordeling
Appellante had tegen een besluit van het UWV bezwaar gemaakt en vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Het UWV heeft echter bij een herziene beslissing op bezwaar het eerdere besluit ingetrokken en het bezwaar van appellante gegrond verklaard, waardoor het geschil feitelijk is komen te vervallen.
De Raad constateert dat er geen belang meer bestaat bij het hoger beroep en verklaart dit daarom niet-ontvankelijk. Tevens wijst de Raad het verzoek van appellante om vergoeding van proceskosten in bezwaar af, omdat niet is gebleken dat appellante tijdens de bezwaarprocedure een dergelijk verzoek heeft ingediend.
Wel veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van het hoger beroep tot een bedrag van € 322,-- en bepaalt dat het UWV het betaalde griffierecht van € 422,-- aan appellante vergoedt. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de kosten van de verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.