ECLI:NL:CRVB:2007:BB5259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 6 november 2003 waarin zij geen WAO-uitkering werd toegekend wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar kende het UWV haar vanaf 2 april 2004 een uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid tussen 15 en 25%. De rechtbank handhaafde dit besluit en oordeelde dat de beperkingen van appellante niet waren onderschat en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, maar de Raad stelde vast dat er geen nieuwe medische feiten waren die aanleiding gaven het besluit te herzien. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin de medische gegevens en beperkingen van appellante waren beoordeeld, en concludeerde dat de diagnose fibromyalgie niet automatisch volledige arbeidsongeschiktheid impliceert. De medische rapporten, waaronder die van reumatoloog Tisscher, werden kritisch bekeken en niet als voldoende onderbouwd beschouwd.
De Raad concludeerde dat appellante met inachtneming van haar beperkingen de geselecteerde werkzaamheden kon verrichten en dat het UWV-besluit niet onzorgvuldig was. Er was geen aanleiding om het besluit te vernietigen of te wijzigen, zodat de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het UWV-besluit en wijst het hoger beroep van appellante af.