ECLI:NL:CRVB:2007:BB5261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig indienen jaaropgaven 2004 ondanks bezwaar
Appellante kreeg van het UWV een boete opgelegd van €7.305,75 wegens het niet tijdig indienen van de jaaropgaven over 2004. Het UWV stelde dat sprake was van opzet of grove schuld en dat het de vierde overtreding binnen vijf jaar betrof. Appellante voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat zij de jaaropgaven wel tijdig had ingediend en dat de boete onterecht was.
De Raad stelt vast dat de jaaropgaven niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen en dat appellante niet heeft gereageerd op meerdere rappellen. Het beroep van appellante dat zij tijdig had ingediend, kon niet aannemelijk worden gemaakt. Het niet reageren op rappellen werd toegerekend aan appellante zelf, ondanks uitbesteding aan een accountant.
De Raad volgt het oordeel van de rechtbank dat sprake is van opzet of grove schuld en bevestigt dat de boete terecht is opgelegd. Ook het beroep op het arrest van de Hoge Raad over de aansprakelijkheid van een adviseur faalt. De Raad acht geen grond aanwezig om de boete te matigen of te vernietigen en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig indienen van de jaaropgaven 2004 wordt bevestigd.