ECLI:NL:CRVB:2007:BB5478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, die een volledige WAO-uitkering ontving wegens diverse klachten waaronder psychische problemen en jicht, stelde in hoger beroep dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, met name zijn verstoorde agressieregulatie. Hij voerde aan dat hij daardoor niet in staat was om te werken.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende diepgaand en zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij alle gezondheidsproblemen, inclusief de psychische problematiek en jicht, adequaat waren betrokken. De verzekeringsartsen hadden beperkingen opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst en aanvullende informatie ingewonnen bij de GGZ en huisarts.
Appellant overhandigde geen medische gegevens die zijn stelling ondersteunden. De Raad stelde vast dat de vier functies waarop de restcapaciteit was gebaseerd binnen het bereik van appellant lagen. De intrekking van de WAO-uitkering was daarom terecht.
De uitspraak van de rechtbank die het bezwaar ongegrond verklaarde, werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd wegens een juiste beoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid.