ECLI:NL:CRVB:2007:BB5483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen WAO-uitkering toe te kennen vanaf 13 februari 2004, na een wachttijd van 52 weken. Hij stelde dat zijn medische beperkingen, waaronder hartklachten en een hernia, onvoldoende waren erkend en dat het UWV ten onrechte was uitgegaan van zijn laatst verrichte functie als assistent systeembeheerder in plaats van de functie van hoofd systeembeheer.
De Raad oordeelde dat de bezwaararbeidsdeskundige terecht heeft vastgesteld dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk als assistent systeembeheerder. De stelling dat appellant als hoofd systeembeheerder zou hebben gewerkt is onvoldoende onderbouwd en speculatief. Medisch gezien kon het UWV geen objectiveerbare klachten vaststellen die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De Raad volgde de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts dat appellant het voordeel van de twijfel krijgt omtrent zijn hartklachten, maar dat deze klachten begin 2004 nog niet zo ernstig waren dat ze tot volledige arbeidsongeschiktheid leidden. Ook andere gezondheidsproblemen, zoals de hernia, rechtvaardigen geen ander oordeel. De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.