ECLI:NL:CRVB:2007:BB5536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten bevestigd
Appellant diende op 18 maart 2005 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten, welke door het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen op 13 juni 2005 werd afgewezen. Het College verwees daarbij naar artikel 15, eerste lid, van de WWB en stelde dat de Wet Voorziening Gehandicapten (Wvg) een toereikende voorziening vormde. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit besluit.
Vervolgens werd een aanvraag om financiële tegemoetkoming op grond van de Wvg afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Op 17 oktober 2005 diende appellant opnieuw een aanvraag bijzondere bijstand in, die op 10 november 2005 werd afgewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de WWB. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 24 januari 2006 eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond omdat er sprake was van een herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Appellant stelde dat de afwijzing van de Wvg-aanvraag een nieuw feit was, maar de Raad oordeelde dat dit niet tot een ander besluit leidde, omdat de verhuis- en inrichtingskosten incidentele noodzakelijke kosten zijn die uit het inkomen moeten worden betaald en appellant deze kosten reeds had voldaan.
De Raad concludeerde dat het College in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.