ECLI:NL:CRVB:2007:BB5553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in WAO-uitkeringszaak
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij aanvankelijk werd vastgesteld dat zij niet langer arbeidsongeschikt was. Het bezwaar werd gedeeltelijk gegrond verklaard, maar de rechtbank wees het beroep tegen dit besluit af. Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarin werd vastgesteld dat appellante met ingang van 3 mei 2006 onveranderd 80 tot 100% arbeidsongeschikt bleef. Hierdoor bestond er geen geschil meer tussen partijen over de kwestie die in hoger beroep aan de orde was.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een procesbelang. Tevens veroordeelde de Raad het UWV op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht tot betaling van de proceskosten van appellante, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan appellante.