ECLI:NL:CRVB:2007:BB5558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over geschiktheid eigen werk en WAO-uitkering
Appellant was werkzaam als inpakker en viel uit wegens rechterarmklachten. Het UWV weigerde hem een WAO-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep stond alleen nog de vraag centraal of appellant op de peildatum geschikt was voor zijn eigen werk.
Medisch onderzoek door een aan het UWV verbonden arts leidde tot een functionele mogelijkhedenlijst waarin beperkingen voor repetitieve handelingen werden vastgesteld. De arbeidsdeskundige van het UWV beoordeelde appellant als geschikt voor het werk, mede na overleg met de werkgever, maar zonder overleg met de arts over de impact van repetitieve handelingen.
De Raad concludeerde dat het UWV onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door niet te onderzoeken of appellant geschikt was voor het eigen werk gezien de repetitieve handelingen. Dit was in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de geschiktheid van appellant voor zijn eigen werk.