ECLI:NL:CRVB:2007:BB5559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad die het besluit van het UWV bevestigde om zijn WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 21 augustus 2005.
Het geschil betreft de vraag of het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat appellant, rekening houdend met zijn belastbaarheid zoals omschreven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 11 november 2004, in staat was de hem voorgehouden functies te verrichten. De rechtbank oordeelde dat de nadere rapporten van de bezwaararbeidsdeskundige en de bezwaarverzekeringsarts voldoende onderbouwing boden voor de geschiktheid van de functies.
Appellant stelde in hoger beroep dat de functies zijn medische beperkingen overschrijden en dat zijn rugklachten hem verhinderen deze werkzaamheden te verrichten. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en acht de motivering van het UWV toereikend. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak.
De rechtbank had het UWV veroordeeld in de proceskosten en bepaald dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed. De Raad handhaaft deze beslissing. De uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar en uitgesproken op 10 oktober 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 21 augustus 2005.