ECLI:NL:CRVB:2007:BB5564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering van beperkingen
Appellant had een WAO-uitkering die was herzien door het UWV van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% naar 35-45%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd gehandhaafd en door de rechtbank ongegrond werd verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, maar dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellant, met name de chronische pijnklachten en psychische belastbaarheid. De Raad constateerde dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) onvolledig was omgezet en dat de arbeidsdeskundige niet adequaat had gemotiveerd waarom bepaalde functies geschikt zouden zijn.
Daarom werd het besluit van 15 september 2004 vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Het verzoek om wettelijke rente werd afgewezen omdat nog niet vaststond dat ten onrechte geen uitkering was betaald.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.