ECLI:NL:CRVB:2007:BB5565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante stelde hoger beroep in tegen twee besluiten van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheidspercentage was vastgesteld en gehandhaafd op 45 tot 55%. Zij voerde aan dat haar belastbaarheid was overschat, onderbouwd met een rapport van psychiater Hertroijs die een chronische aanpassingsstoornis constateerde en aanvullende beperkingen adviseerde.
De Raad stelde vast dat er geen wezenlijk verschil van mening bestond tussen psychiater Hertroijs en de betrokken verzekeringsartsen over de aard van de psychische klachten en de medische beperkingen. De Raad vond onvoldoende aanleiding voor een urenbeperking zoals voorgesteld en achtte de functies die de arbeidsdeskundige geschikt achtte passend, ook zonder beperkingen voor samenwerken met anderen.
Het UWV had de mate van arbeidsongeschiktheid per 19 december 2005 verhoogd naar 80-100% vanwege een poliklinische dagbehandeling, maar dit was niet relevant voor de beoordeling van de bestreden besluiten. De rechtbank had besluit I vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten en beroep tegen besluit II ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraken en zag geen gronden om af te wijken van de medische beoordeling en de vastgestelde arbeidsongeschiktheid. De Raad vond geen toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op zijn plaats.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 45-55% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.