ECLI:NL:CRVB:2007:BB5575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant, die wegens psychische klachten niet meer kon werken als eigenaar van een reclamestudio, ontving een WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het UWV stelde dit percentage bij en trok de uitkering per 24 februari 2004 in. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek voldoende was en de beperkingen van appellant in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat waren vastgesteld. In hoger beroep voerde appellant aan dat de bezwaarverzekeringsarts ten onrechte geen beperking had vastgesteld voor het hanteren van emotionele problemen van anderen.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts beperkingen aannam die werk in stressvolle omstandigheden uitsluiten, waardoor de door appellant bepleite beperking niet noodzakelijk is. De verklaring van de psychotherapeut bood geen aanknopingspunten voor onvoldoende rekening houden met de psychische beperkingen. De Raad concludeerde dat de medische grondslag van het besluit standhoudt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering wordt bevestigd vanwege voldoende medische onderbouwing.