ECLI:NL:CRVB:2007:BB5655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellant
Appellant stelde hoger beroep in tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was teruggebracht van 80-100% naar 55-65% per 12 augustus 2003. De rechtbank ’s-Hertogenbosch had het beroep ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig was en de conclusie voldoende gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij de rechtbank en achtte de medische beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts juist. Nieuwe medische verklaringen van de behandelend cardioloog, huisarts en internist, die vooral betrekking hadden op de situatie in 2006, gaven geen aanleiding tot wijziging van het oordeel over de situatie per 12 augustus 2003.
De Raad overwoog verder dat de latere vaststelling van volledige arbeidsongeschiktheid per 8 mei 2006 niet impliceert dat appellant ook eerder volledig arbeidsongeschikt was. Ook de klacht over het werken onder tijdsdruk werd verworpen omdat dit niet als beperking was opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering per 12 augustus 2003 naar 55-65% arbeidsongeschiktheid.