ECLI:NL:CRVB:2007:BB5722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, arbeidsongeschikt verklaard wegens onder meer Myalgische Encefalomyelitis (ME) en fibromyalgie, kreeg haar WAO-uitkering herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% en later naar 25 tot 35%.
Zij stelde in hoger beroep dat haar beperkingen aanzienlijk hoger waren dan vastgesteld en dat zij niet in staat was om ook de maximaal 20 uur per week toegestane werkzaamheden te verrichten. Zij beriep zich op medische rapporten van Het Roessingh en haar bedrijfsarts.
De Raad concludeerde dat de verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig en diepgaand onderzoek hadden verricht, waarbij alle relevante medische gegevens waren betrokken. De subjectieve klachten van appellante konden niet doorslaggevend zijn en de functies die zij zou kunnen vervullen waren terecht vastgesteld.
De Raad zag geen aanleiding voor een aanvullend onafhankelijk medisch onderzoek en oordeelde dat het bestreden besluit geen rechtsgevolgen vertoont die tot vernietiging leiden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde, werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de herziening van haar WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.