ECLI:NL:CRVB:2007:BB5731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAO-uitkering, welke door het UWV op 8 maart 2004 werd geweigerd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Het bezwaar van appellant werd op 11 augustus 2004 ongegrond verklaard. De rechtbank Roermond vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb.
In hoger beroep heeft appellant zijn onvrede geuit over diverse aspecten van zijn reïntegratie en de vaststelling van zijn maatmanloon, maar geen nieuwe grieven tegen het oordeel over zijn geschiktheid voor geselecteerde functies ingebracht. De Raad onderschrijft het medisch onderzoek en de conclusies van het UWV en bevestigt het oordeel van de rechtbank over de medische geschiktheid.
De Raad oordeelt dat het maatmanloon correct is vastgesteld en dat de mate van arbeidsongeschiktheid daardoor niet verandert. Grieven over reïntegratie en de Werkloosheidswet vallen buiten het bestreden besluit. De Raad ziet geen reden tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.