ECLI:NL:CRVB:2007:BB5742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 1 september 2004 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Roermond vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. In hoger beroep betwist appellant dat zijn belastbaarheid correct is ingeschat en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn.
De Raad overwoog dat de medische onderzoeken van de verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig zijn uitgevoerd en dat er geen objectieve aanknopingspunten zijn om de conclusies te verwerpen. De laat ingediende rapportages van psychiater Klerks werden slechts deels betrokken; de aanvullende rapportage werd buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening.
De Raad vond dat de stelling van Klerks over een 'broos evenwicht' onvoldoende geobjectiveerd was en dat de bezwarenverzekeringsarts Tjen terecht concludeerde dat appellant in staat is tot de geselecteerde functies. Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.