ECLI:NL:CRVB:2007:BB5762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Th.C. van Sloten
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering van bijstand die aan [C.] was verleend, omdat zij vanaf 1 maart 2004 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden aan de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda. De Commissie had de bijstand ingetrokken en de kosten teruggevorderd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit het onderzoeksrapport van 16 november 2004 voldoende blijkt dat appellant en [C.] gezamenlijk hoofdverblijf hadden en wederzijdse zorg verleenden, ondanks dat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven. De Raad verwierp het verweer van appellant dat hij niet de verklaring had afgelegd zoals door opsporingsambtenaren vermeld.
Vervolgens stelde de Raad vast dat appellant als persoon met wie rekening moest worden gehouden voor de bijstand, mede aansprakelijk is voor terugvordering op grond van artikel 59, tweede lid, WWB. Er waren geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand van appellant wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.